
In de Watergraafsmeer, een wijk in Amsterdam-Oost, besloten verschillende basisscholen om samen aan de slag te gaan met inclusief onderwijs. Ze startten een ‘wijktraject’ onder begeleiding van Garage2020 en met behulp van wijktools uit de inclusieve instapkit. Tijdens de eerste focussessie in het wijkoverleg ontdekten de scholen al snel waar ze hun gezamenlijke aandacht aan wilden geven: de kleuters.
Alle basisscholen in de Watergraafsmeer merken dat er steeds meer kinderen op jonge leeftijd al extra uitdagingen hebben (taal, gedrag, leerachterstand). Kleuters zijn de toekomst; voldoende (zorg)aandacht voor problematiek op jonge leeftijd kan erger voorkomen. Daarbij worden steeds meer kinderen vanaf kleuterleeftijd al doorverwezen naar het speciaal onderwijs. Hierdoor verwachten de scholen dat een goed ingerichte en ondersteunde kleuterklas kan leiden tot een kleinere toestroom naar specialistisch onderwijs.
Met behulp van een co-creatiesessie kwamen de scholen samen tot de volgende ontwerpvraag: ‘Hoe zorgen we ervoor dat niet-professionals toch van betekenis kunnen zijn in de klas om leerkrachten te kunnen ondersteunen?’ Ze kwamen ook samen tot een antwoord: een getraind vrijwilligersteam in de wijk dat inspringt in de klas bij duidelijk omschreven taken. Zodat docenten beter de aandacht kunnen verdelen aan de verschillende leerbehoeftes in de klas. De vrijwilligers nemen niet de betaalde functies over van bijvoorbeeld onderwijsassistenten, maar vervullen juist taken waar weinig training voor nodig is. Denk aan activiteiten als voorlezen, knutselmomenten, opletten bij zelfstandig werken, ontwikkelingsspellen inzetten of het begeleiden van eet- en drinkmomenten.
Voor de docent is de inzet van een vrijwilliger in de klas een directe verlichting van de werkdruk, mits de basis goed staat. Het vooraf opzetten van een heldere structuur vraagt aanvankelijk wat tijd en organisatie van de leerkracht, maar deze korte investering betaalt zich al snel terug in een hoge mate van zelfstandigheid op de werkvloer. Wat deze samenwerking extra krachtig maakt, is de flexibiliteit die het biedt boven harde verplichtingen. Omdat er voor de vrijwilliger geen rigide leerdoelen vastliggen, kan de docent of de IB’er per week flexibel inspelen op de actuele dynamiek en behoeften van de klas. Dit zorgt voor rust, maatwerk en een lagere werkdruk in de dagelijkse onderwijspraktijk.
Tijdens de pilot bleek dat de structuur ook de vrijwilligers zelf grote voordelen biedt. Voor jongeren met PABO-ambities is de klas een laagdrempelige proeftuin om zonder stagedruk te ontdekken of het onderwijs bij hen past. Senioren, zoals opa’s en oma’s, brengen juist een schat aan levens- en werkervaring mee. Voor hen biedt het werk een betekenisvolle daginvulling en de kans om actief bij te dragen in hun eigen wijk.
Om vrijwilligers met vertrouwen te laten starten en een professionele, gelijkwaardige samenwerking met leerkrachten te waarborgen raden we aan om onderstaand stappenplan te volgen.
Stap 1: Werving & eerste kennismaking
Werf vrijwilligers via bestaande kanalen in de wijk. Denk aan buurtapps, wijkkrantjes of flyers. Je kunt ook direct bij scholen werven door bijvoorbeeld opa’s en oma’s aan te spreken. Geïnteresseerden melden zich aan bij de wijkaanjager (formele rol in de wijk) in de buurt. De wijkaanjager maakt kennis en kijkt waar de behoefte ligt van de vrijwilliger. Vervolgens wordt er gekeken bij welke school de vrijwilliger het beste past. Daarna is een gesprek over de duidelijkheid van de rol die de vrijwilliger gaat vervullen in de klas. Zo was er één vrijwilliger die vast in één klas meedraaide terwijl een andere vrijwilliger in alle onderbouwklassen werd ingezet door de IB’er. Waarbij zij met een bak met lesmateriaal en spelletjes meer ambulant inzetbaar was.
Stap 2: Formele voorbereiding
Maak in overleg met de vrijwilliger een taakomschrijving en planning en vraag een VOG aan voor de vrijwilliger.
Stap 3: Start in de Klas
De vrijwilliger maakt kennis met de specifieke leerkracht en de schoolcultuur, de schoolomgeving en faciliteiten. Plan eerst een meeloopochtend in, zodat de vrijwilliger mee kan kijken zonder direct taken te hebben. Daarna volgen de reguliere ‘werkdagen’ voor de vrijwilligers.
Stap 4: Begeleiding & Evaluatie
Plan intervisiemomenten in om ervaringen te delen en te reflecteren op de rol en uitwisseling van ervaringen te hebben met de andere vrijwilligers in de wijk.